Zindelijkheidstraining / Zindelijkheidsopvoeding
Waar moet je op letten bij zindelijkheidstraining –
wat zijn de drie belangrijkste tips en hulpmiddelen?
Voor veel ouders vormt de zindelijkheidstraining van hun kind met een beperking een grote hindernis, die gepaard gaat met ontzettend veel angsten en twijfels. Maar zijn het echt onoplosbare problemen of toch ‘slechts’ hindernissen die je kunt overwinnen?
Waar moet je op letten bij zindelijkheidstraining?
Planning en voorbereiding
Ik raad aan om de zindelijkheidstraining niet “zomaar” te doen. Waarom? Omdat ik ervan overtuigd ben dat dit kan leiden tot frustratie en herhaalde, afgebroken pogingen. De zindelijkheidstraining moet zorgvuldig worden gepland en voorbereid. Ouders moeten zich ervan bewust zijn dat vooral in het begin (de eerste 7-14 dagen) intensievere begeleiding nodig is en dat het kind zich ook kan verzetten. En juist bij weigering is het belangrijk om niet te reageren met dwang, druk of tegenstand – daarvoor moet je zelf wel zo ontspannen mogelijk zijn.
Bovendien tonen maar heel weinig kinderen uit zichzelf de motivatie om zindelijk te willen worden. Daarom is het handig om je hierop voor te bereiden en een doos met motiverend speelgoed samen te stellen. Dit mogen bij voorkeur geen speeltjes zijn die te veel afleiden (zoals bijvoorbeeld de tablet), maar eerder boeken, fotoalbums, sensorisch speelgoed, enz. Het motiverende speelgoed is geen beloning, maar dient er echt toe dat je kind ontspannen op het toilet blijft zitten en gemotiveerd is.
De juiste zithouding
Door je kind in de juiste houding te zetten om poep en plas te doen, maak je de zindelijkheidstraining voor je kind een stuk makkelijker.
Als je kind op het toilet zit, zorg er dan voor dat het een opstapje voor zijn of haar voetjes heeft of zoek een toiletstoeltje met een ingebouwde voetsteun. Voor kinderen tot 9 jaar raad ik het GottaGo-toiletstoeltje aan, maar de aanvraag kan even duren, dus is het de moeite waard om tot die tijd gebruik te maken van andere toilet hulpmiddelen.
De optimale houding houdt in:
- voeten volledig op de grond
- knieën op heuphoogte
- een stabiele zitpositie
- geen angst om erin of eruit te vallen (door begrenzing, bijvoorbeeld handgrepen aan de zijkant)
Observeren en bijhouden
Ter voorbereiding op de zindelijkheidstraining, maar ook tijdens de training, raad ik aan om de momenten waarop het kind zijn behoefte doet te observeren en bij te houden. Dit kan niet alleen helpen om het juiste moment te kiezen om op het toilet te plassen en poepen, maar ook om vast te stellen hoe vaak je in de loop van de dag überhaupt met het kind naar het toilet moet. Logboeken helpen bovendien om het proces van zindelijkheidstraining vast te leggen en vormen een ondersteuning voor andere verzorgers en begeleiders (kinderdagverblijf en/of schoolbegeleiding, oma, oppas, enz.).
Ik raad het overigens ten zeerste af om met zindelijkheidstraining te beginnen met willekeurig vastgestelde plasmomenten, zoals bijvoorbeeld altijd voordat je het huis verlaat. Het risico dat je kind hierbij te veel frustraties ervaart, is groot.
Zindelijkheidstraining is een heel individueel proces dat van talrijke factoren afhangt. De eerste drie stappen zijn: de juiste zitpositie op het toilet vinden, de motivatie van je kind vergroten en je eigen onzekerheid verminderen.
