Staande training – hoe eerder, hoe beter

Het nut van sta-trainers staat buiten kijf. Staan bevordert enerzijds bijvoorbeeld de deelname aan het sociale leven en de communicatie, en anderzijds zijn er ook veel positieve effecten op het lichaam aangetoond. De markt voor hulpmiddelen biedt een breed scala aan sta-trainers, in de vorm van sta-fietsen, sta-standaards of als ingebouwde functies in zogenaamde sta-rolstoelen. Deze maken het voor kinderen en jongeren die niet zelfstandig kunnen staan mogelijk om veilig rechtop te staan.
 

Hieronder vallen:

  • ondersteuning van de bot- en kraakbeenstofwisseling en de gewrichtsvorming, en daarmee preventie van osteopenie/osteoporose
  • Regulering van de spierspanning
  • Verhoging van concentratie en aandacht
  • Verbetering van de controle over het hoofd, de houding en de romp
  • Positieve invloed op het hart- en vaatstelsel en op urologische en gastro-intestinale functies
  • En nog veel meer

Om deze effecten te bereiken, zouden kinderen volgens recente publicaties minstens vijf keer per week een uur lang moeten staan. Afhankelijk van de mogelijkheden van het kind moeten de staatijden worden opgevoerd (trainingseffect).

Onzekerheid ontstaat vaak door vragen over het juiste tijdstip en de criteria voor het kiezen van de „juiste“ sta-trainer.

 

Hoe eerder, hoe beter:

Bij kinderen die zich op de leeftijd van 12-18 maanden vanwege hun onderliggende aandoening niet kunnen opstellen, moet de behandeling gezamenlijk worden geëvalueerd door een interdisciplinair team met fysiotherapeuten en/of ergotherapeuten en de behandelende arts. Inmiddels zijn er hulpmiddelen beschikbaar die al voor de allerkleinsten kunnen worden aangepast.

Bestaande orthesen of inlegzolen die de voeten, knie- en heupgewrichten stabiliseren of corrigeren, worden ook in de sta-trainer gedragen.

Er zijn tal van criteria die de keuze van de sta-trainer beïnvloeden en die vooraf moeten worden overwogen: de huidige bevindingen (contracturen), het ziekteverloop met het oog op mogelijke aanpassingen (extra pelotten of hoofdsteunen) en niet in de laatste plaats de acceptatie moeten absoluut in acht worden genomen. Aangezien de sta-trainers voor jongeren vrij groot en meestal zwaar zijn, moet er op de plaats van gebruik voldoende ruimte zijn. Een van de belangrijkste criteria is echter het doel van de voorziening.

Om in het wirwar van hulpmiddelenfabrikanten het overzicht te kunnen behouden, is het belangrijk om enkele principes van de zorgverlening te kennen en hiermee rekening te houden.

 

Statische sta-ondersteuningen/verticale sta-ondersteuningen


Deze zijn eenvoudig te bedienen en bieden houvast en stabiliteit. De tafel maakt het bijvoorbeeld mogelijk om (met beide handen) te werken terwijl men staat. Door de passieve ondersteuning van benen en romp zijn ze daardoor ook uitermate geschikt voor gebruik op de kleuterschool of op school, omdat het kind zich kan concentreren op wat het met zijn handen doet. Zowel het doorgaans grote gewicht als de starheid worden soms als hinderlijk ervaren.

 

Dynamische sta-trainers


Om juist deze starheid tegen te gaan, bieden steeds meer fabrikanten zogenaamde dynamische sta-trainers aan. Door een „veer- of schommelmechanisme“ zijn deze instabiel en zorgen ze voor reactieve spierspanningen. Daardoor zijn ze te beschouwen als een zeer goed trainingsapparaat voor de romp en slechts in beperkte mate geschikt om je bijvoorbeeld op het huiswerk te concentreren. Meestal is het mogelijk om de dynamiek uit te schakelen (bijvoorbeeld door middel van een vergrendeling), zodat de sta-trainer ook daarvoor gebruikt kan worden.

 

Mobiele sta-onderstellen / sta-rollers


Deze sta-hulpmiddelen zijn uitgerust met grote wielen, waardoor vooruitkomen op een manier die vergelijkbaar is met die in een rolstoel mogelijk is. Zo kunnen de kinderen actief hun bewegingsbereik bepalen en deelnemen aan het dagelijks leven. Het is raadzaam om tijdens het testen vooraf aandacht te besteden aan de bovenrug en de schouders, aangezien sommige kinderen bij het aandrijven van de wielen een versterkte rondrug vertonen. Voldoende ruimte op de gebruiksplaats is een voorwaarde om latere frustraties bij de kinderen te voorkomen.

 

Schuine ligplanken


Hierbij moet onderscheid worden gemaakt tussen zogenaamde dorsale (kind in rugligging) en ventrale (buikligging-sta-apparaat) modellen. Terwijl de eerste eerder geschikt zijn voor kinderen met een zwakte van de voorste spierketens, worden de dorsale modellen gebruikt voor het activeren van de rugspieren. In principe bieden beide zeer veel aanpassingsmogelijkheden om bijvoorbeeld rekening te houden met contracturen of een toegenomen heupspreiding. De transfer is vaak direct vanuit het verpleegbed of met behulp van een lift mogelijk. Vooral kinderen met ernstige beperkingen hebben veel baat bij het gebruik van een schuine ligplank.

In principe wordt bij alle sta-trainers aangeraden om eerst in interdisciplinair overleg de doelen vast te stellen, gevolgd door een proefperiode. Dit zou in het ideale geval op de toekomstige gebruiksplaats moeten plaatsvinden door de personen die de sta-trainer samen met het kind gaan gebruiken. Samen met ervaren fysiotherapeuten, ergotherapeuten en revalidatietechnici wordt voor elk kind de geschikte sta-trainer gevonden!